Hardlopen met een baarmoederverzakking… ik heb er jaren mee geworsteld. Want: hoe dóe je dat? Hoe bouw je dat op? Hardlopen was mijn ding, mijn passie, en dat ging ineens niet meer na de bevalling.

Ik probeerde het wel hoor, maar wilde dan te graag, waardoor ik net te veel deed en weer flinke klachten had. Frustratie alom!

Ik weet zeker dat mijn fouten ook jouw fouten kunnen zijn, dus ik zet ze voor je op een rijtje.

Hardlopen met een baarmoederverzakking, de meest gemaakte fouten:

  1. Gewoon een eind gaan rennen.
  2. Gaan hardlopen als je eigenlijk te moe bent.
  3. Gaan hardlopen op het verkeerde moment van de maand. Vrouwen hebben allemaal een paar dagen in de maand dat het lichaam onder invloed van hormonen wat zwakker is. Voor de een is dat net voor de menstruatie, voor de ander halverwege de cyclus.
  4. Gaan hardlopen met een tijdsplanning in je hoofd.
  5. Starten met een vriend/vriendin waardoor je je te veel kan laten opjutten door de ander.
  6. Gaan hardlopen terwijl je bekken- en bekkenbodemspieren nog niet getraind zijn.
  7. Gaan hardlopen met een slechte techniek.
  8. Starten met rennen op een harde ondergrond.

Gelukkig weet ik nu ook hoe het wel moet! Vanuit mijn kennis en persoonlijke ervaring geef ik je daarom graag mijn tips mee.

Hardlopen met een baarmoederverzakking, zo bouw je dat op!

  1. Zorg dat je bekken- en bekkenbodemspieren in conditie zijn. Hardlopen is een zware belasting. Doe eventueel eerst andere sporten of train thuis (bijvoorbeeld met mijn online training) zodat je sterk genoeg bent om het hardlopen aan te kunnen.
  2. Als je wilt gaan starten met hardlopen, ga dan eerst een stuk stevig wandelen. Je bouwt zo een goede voorspanning op, zodat de bekkenbodem de belasting van het hardlopen beter kan opvangen. Dit doe ik nog steeds. Ik ga eerst 10-15 minuten stevig wandelen en dan pas start ik met mijn stukjes rennen.
  3. Laat je horloge thuis. Dit was mijn grootste valkuil. Ik wilde dan x minuten lopen en luisterde daardoor niet meer naar mijn lichaam. En daardoor deed ik dan net te veel…
  4. Spreek met jezelf af dat je niet meer dan vijf stukjes hardloopt. In mijn opbouw liep ik steeds een stukje hard en ging dan weer wandelen. Vijf was daarin mijn magische aantal. Altijd als het lekker ging en ik wilde toch het zesde stukje lopen, moest ik stoppen omdat dat toch te veel was… Met vijf stukjes deed ik precies genoeg en kwam ik met een voldaan gevoel thuis
    (i.p.v. van die zesde toch doen en dan balen, terwijl die vijf ervoor hartstikke goed gingen).
  5. Luister naar je lichaam! Dat is het enige dat telt. Helemaal in het begin liep ik stukjes van – denk ik, want geen horloge… – 30 seconden. Meestal het eerste stukje 30 seconden en dan de volgende stukjes steeds ietsje langer.
  6. Zorg voor goede schoenen. Voor mij is de doorbraak geweest dat ik ging hardlopen op schoenen zonder demping, barefootschoenen. Dit zorgde er namelijk voor dat ik op mijn techniek moest letten en niet te veel kon doen, anders kreeg ik pijn in mijn voeten.
    (Het gaan lopen op barefootschoenen vergt tijd én naar je lichaam luisteren).
  7. Zorg voor een goede en efficiënte hardlooptechniek. Mocht je een training willen volgen, doe dat dan bij iemand die zich toelegt op looptechniek. Ga niet bij een groep die toewerkt naar het doel dat je x km/tijd weer kunt hardlopen. Chirunning of Posemethode zijn mijn favoriete hardlooptechnieken.
  8. Als je start met hardlopen, kies dan voor een zachtere ondergrond. Dit helpt net even beter mee om de klappen van het hardlopen op te vangen. Ik wandel altijd naar het bos/duin en ga daar mijn stukjes hardlopen.

 

Ik ben erg benieuwd hoe jij het hebt aangepakt en of je nog meer tips hebt. Schrijf ze hieronder in het commentaarveld, zodat we er allemaal profijt van kunnen hebben.

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Veel succes en hardloopplezier toegewenst! groet, Yildiz

bevolkingsonderzoek baarmoederhalskankerIn veel van mijn bekkenbodemoefeningen gebruik ik de ademhaling. Maar waarom is de ademhaling nou zo belangrijk voor de bekkenbodem?

De ademhaling en de bekkenbodemspieren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Als het middenrif beweegt (ademhaling) dan beweegt ook de bekkenbodem.
En dat is belangrijk. De bekkenbodem moet kunnen meebewegen in alles wat je doet.
Dan voert hij zijn functie het beste uit.

Als je je adem vastzet, of hoog ademt beweegt het middenrif veel minder, en dus beweegt de bekkenbodem veel minder. De bekkenbodem kan dan te gespannen raken.
En kan zijn werk niet goed meer doen, met als gevolg urineverlies.

De ademhaling

Het middenrif is een grote spier en heeft een boogvorm. Als het middenrif aanspant plat hij af naar beneden. De borstholte wordt vergroot en de longen vullen zich met zuurstof (je ademt in).
Als het middenrif weer ontspant komt het weer terug in zijn boogvorm, de borstholte verkleint en de lucht gaat uit je longen (je ademt uit).

Bij de inademing komt dus het middenrif naar beneden, en de buikwand komt naar voren. Je buik bolt iets op. Dit gaat vanzelf.

De beweging van het middenrif gaat samen met de beweging van je bekkenbodem.
Als je inademt spant je middenrif aan en plat af naar beneden. Je bekkenbodem doet hetzelfde en plat ook af naar beneden.

Als je uitademt komt het middenrif weer terug omhoog en ook de bekkenbodem gaat weer terug omhoog (zie afbeelding).ademhaling, middenrif en bekkenbodem

Uitademen

Als je uitademt beweegt de bekkenbodem dus omhoog.

Als je iets gaat doen dat zwaar of lastig is, bijvoorbeeld iets zwaars optillen, dan moet je dus gaan uitblazen.
Je helpt door die uitademing mee om de bekkenbodem omhoog te liften. En dat wil je op dat moment, want de bekkenbodem moet ondersteunen en niet ‘open gaan’ (inademen, druk naar beneden).

Zet je je ademhaling vast (je blijft in de inademingsstand) dan zet je dus druk naar beneden.
Als je dan iets zwaars tilt, duw je je bekkenbodem dus naar beneden! Dan kan hij niet goed aanspannen en kun je urine verliezen of je verzakking versterken.

Ademhaling oefenen

Voor heel veel mensen is de ademhaling in combinatie met een bekkenbodemoefening heel erg lastig. De meeste mensen hebben de neiging om op de inademing de bekkenbodem in te trekken. Maar dat werkt dus niet… Daarom leer ik je in de online bekkentherapie hoe het WEL moet en gaan we heel uitgebreid oefenen met je ademhaling.

Stapje voor stapje krijg je meer controle over je ademhaling en kun je hem gaan inzetten voor je bekkenbodemoefeningen en het opvangen van buikdrukverhogende activiteiten (bijvoorbeeld lachen, hoesten, niezen).
Ik help je graag verder met de online bekkenbodemtherapie.

Heb je vragen of aanvullingen, stel ze dan gerust hieronder.

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

 

 

baarmoederverzakkingWat is buikdruk eigenlijk, en hoe vang je een hoestprikkel op?

In een vorig blog schreef ik wat je tegen een hoestprikkel kunt doen.
Maar hoe kun je met je bekkenbodem een hoestprikkel opvangen? Want soms moet je nu eenmaal hoesten…

 

Waarom is hoesten eigenlijk zo vervelend voor je bekkenbodem?
En waarom hebben zo veel vrouwen juist bij het hoesten last van urineverlies?

Dat heeft te maken met de buikdruk. Als je hoest (of niest, of tilt, of perst) neemt de druk in de buikorganen toe. En omdat de bekkenbodem de buikorganen ondersteunt, moet de bekkenbodem zich dus aanspannen om die druk tegen te houden.
Als je bekkenbodem dat niet actief doet, of er is te weinig kracht, dan kun je urine verliezen.

Oké, als je hoest is het dus belangrijk om je bekkenbodemspieren aan te spannen. Maar wanneer eigenlijk? Vóór het hoesten, tijdens het hoesten, de hele tijd?

Laten we eens kijken wat hoesten voor een activiteit is.
Als je hoesten uitschrijft krijg je dit: uche – uche – uche. Het zijn dus steeds korte drukverhogende momenten.

Wanneer moet je dus aanspannen? Als je uche doet…
Je spant dus steeds kort aan. Dus: aanspannnen (uche) los – aanspannen (uche) los – aanspannen (uche) los.

Meest gemaakte fouten tijdens het hoesten

  1. Er wordt géén spanning gemaakt in de bekkenbodem, met als gevolg urineverlies.
  2. Voor de hoestbui worden alle bekken- en bekkenbodemspieren stevig aangespannen, waardoor de bekkenbodem zijn werk niet goed meer kan doen, met als gevolg urineverlies.
  3. De benen worden gekruist, waardoor de beenspieren aangespannen worden in plaats van de bekkenbodemspieren, met als gevolg urineverlies.

buikdrukWat moet je leren om het hoesten goed op te vangen?

  1. Je moet leren om de bekkenbodemspieren goed aan te spannen.
  2. Je moet de coördinatie van de bekkenbodemspieren verbeteren, zodat je op het juiste moment je bekkenbodem kunt intrekken én weer loslaten.
  3. Je bekkenbodemspieren moeten langere tijd kunnen aanspannen: dit heet krachtuithoudingsvermogen. Want zo’n hoestbui kan best even duren.


In de online bekkentherapie gaan we uitgebreid met de buikdruk oefenen. Hieronder schrijf ik de oefeningen alvast uit:

  1. Hoest maar eens zonder dat je je bekkenbodemspieren intrekt. Voel je dat je bekkenbodem zakt?
  2. Nu ga je eerst alleen korte momenten je bekkenbodemspieren intrekken. Bijvoorbeeld 5 x 1 seconde (als je gaat trainen bouw je dit op naar 10 x 1 seconde en dat driemaal).
  3. Probeer nu maar eens nep te hoesten en elke keer als je hoest je bekkenbodemspieren in te trekken.

Lukte dit? Heel goed!

Was het lastig of lukte het helemaal niet? Blijf dan oefenen. Heb je meer hulp nodig? Volg dan mijn online training of zoek een bekkenoefen(/fysio)therapeut bij jou in de buurt.

 

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

Thuis hebben wij een tijdje ‘strijd’ gevoerd met onze dochter.
Die kleine dame hoefde namelijk niet zo vaak te plassen… Na het opstaan ’s ochtends ging ze gerust pas drie uur later naar de wc. Dat snapte ik niet, want als je ’s ochtends wakker wordt moet je toch altijd plassen? Bij mij werkt dat zo, bij mijn man, bij mijn zoon, bij iedereen die ik ken, dacht ik.

Blijkbaar heeft niet iedereen aandrang om te plassen na het opstaan.

 

Maar ja… met een bekkentherapeute als moeder zal je er toch echt aan moeten geloven…

Dus elke ochtend als onze dochter wakker wordt, herinneren we haar eraan dat ze eerst moet plassen. Gewoon gezond plasgedrag trainen. Inmiddels voelt ze zelf dat ze moet plassen na het opstaan en hoeven we het steeds minder aan te geven.

Dat gezond plasgedrag belangrijk is, merk ik regelmatig in de praktijk als ik weer een jonge meid krijg die maar drie tot vier keer per dag plast… Die zijn zo gewend aan het ophouden van hun plas, dat ze niet meer voelen dat ze aandrang hebben. Met het structureel lang ophouden van je plas creëer je een te gespannen bekkenbodem. En van een gespannen bekkenbodem kun je weer pijn krijgen, in je bekken, je buik of met vrijen.

Daarom op een rijtje waar gezond plasgedrag aan voldoet:

Plassen doe je:

  • 6-8 per dag
  • zittend op de wc
  • met een ontspannen rechte rug
  • voeten plat op de grond
  • benen ontspannen
  • buik ontspannen
  • rustig ademhalen (liefst vanuit de buik)
  • Altijd ’s ochtends na het opstaan
  • Altijd ’s avonds voor je naar bed gaat

Als mijn dochter dan vertelt dat haar klasgenootje niet thuis plast, maar pas als ze op school komt, denk ik: ojee… Vandaar dat ik in dit blog de aandacht wil vestigen op gezond plasgedrag en dat dat al begint als je heel klein bent…

Zijn er nog andere dingen waar jij op let als je plast? Of waar je op let bij het plasgedrag van jouw kinderen? Laat het me weten in het commentaarveld hieronder.

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

hoestenWe zitten weer in de periode van verkoudheid en hoesten. Maar als er één ding is dat je niet wilt als je last hebt van urineverlies of een baarmoederverzakking, dan is het hoesten…

Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Ik heb mijn klachten dan wel onder controle, maar door langdurig hoesten krijg ook ik te veel druk op mijn bekkenbodem, met klachten tot gevolg…
Dus zodra ik voel dat er keelpijn op komst is, gebruik ik mijn eigen wondermiddel van VSM: Tonsiotreen. Vele malen heb ik hier al keelpijn mee kunnen voorkomen.
En als het toch doorgezet heeft en ik moet veel hoesten dan gebruik ik van VSM: Tussistin.

Afgelopen weekend kwam ik Martine Verweij tegen. Ze weet alles van planten en kruiden en vond het een leuk idee om voor mijn blog een stuk te schrijven over hoesten en wat je daar tegen kunt doen met middelen uit de natuur:

Yildiz vroeg mij, Martine Verweij van Plantenliefde.nl, om een artikel te schrijven over planten die helpen bij hoest. Als kruidendeskundige was ik direct enthousiast om mijn kennis met jou te delen. Er zijn een aantal planten die helpen bij hoest. 

thyme-933291_1920Echte Tijm is de meest gebruikte plant bij hoest en diverse fabrikanten bieden tijmsiroop aan. Echter moet je weten dat er twee groepen planten zijn die werken bij hoest. De groep die natuurlijk voor jou het meest geschikt is, is de hoestbedarende groep. De andere groep activeert juist de hoestprikkel om zo snel mogelijk de irriterende stoffen of vastzittend slijm op te kunnen hoesten.

Tijm is een plant die eigenlijk een beetje tussen beide groepen inhangt. Ze werkt infectiewerend op de luchtwegen en ontkrampt de luchtwegen, maar ze bevordert slechts matig het ophoesten van slijm. Tijm is hoestbedarend, maar onderdrukt minder de hoestprikkel dan andere planten in de hoestbedarende groep. Heemst, Zoethout en Maarts Viooltje zijn ook hoestbedarend.

Je kunt eigenlijk overal wel tijmsiroop kopen, maar het is goedkoper en makkelijk om het zelf te maken.

Speciaal voor jou het recept tegen hoesten van Tijmsiroop dat in mijn Kruidenboek Planten & Gezondheid staat:

  1. Kook 250 ml. water en roer er 125 gram rietsuiker in.
  2. Laat het opnieuw koken en doe er 10 gram gedroogde Tijm bij.
  3. Laat dit al roerend 5 minuten koken.
  4. Zeef het en giet het heet in flesjes.
  5. Schroef de dop erop en zet de flesjes op een handdoek om ze af te laten koelen.

De hoestsiroop gebruik je als iedere andere hoestsiroop. Als je last hebt van hoest, dan neem je 1 eetlepel. Bewaar de hoestsiroop wel in de koelkast, dan is het na opening zeker een jaar houdbaar.

 

Wil je nog meer weten over hoestbedarende planten? Ik heb een GRATIS e-boek gemaakt waar alle informatie over Tijm en andere hoestbedarende planten in staan. Je kunt hem hier downloaden. 

 

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

persen ontlasting
Tegenwoordig hebben we allemaal haast en zelfs op het toilet zorgen we dat we even snel plassen of poepen door het eruit te persen…

Ik doe daar dus niet aan mee.
Ik hou ervan om die tijd op het toilet lekker voor mezelf te gebruiken.

Even rustig zitten en lekker plassen. Daarna nog wat bekkenbodemoefeningen doen, heb ik dat ook weer gehad.

En ook voor de ontlasting neem ik de tijd.
Gelukkig komt mijn ontlasting zeer regelmatig, maar ik heb ook wel eens een dag dat het niet zo makkelijk komt. Dan doe ik mijn oefeningen (zie hieronder), adem rustig naar mijn buik, lees een boekje, oefen nog een keer en voor ik het weet is het weer klaar.

Ja, zul je misschien denken, dat plassen lukt me nog wel maar die ontlasting… daar neem ik echt de tijd niet voor. Als ik voel dat ik moet, dan duw ik het er gewoon even uit, dan is het maar weer klaar…

Of, als je geen regelmatige ontlasting hebt, denk je jezelf wellicht te helpen door te persen. Dan is het er in ieder geval uit en heb je minder last van volle darmen…

Waarom kun je beter niet persen tijdens de ontlasting?

Omdat veel vrouwen én mannen persen tijdens de ontlasting, leg ik je daar graag wat over uit.

De kringspieren bij de anus noemen we ook wel sluitspieren.
En die naam hebben ze niet voor niets.

Deze sluitspieren sluiten je endeldarm af.
Op het moment dat jij gaat persen, spannen deze spieren extra aan.
Ze hebben immers de taak om de ontlasting tegen te houden.
Dus als jij perst, gaan ze harder aanspannen om het tegen te houden…

En als de sluitspieren aanspannen dan komt je ontlasting er natuurlijk nog minder makkelijk uit!
Door dan toch te persen kun je zelfs kleine wondjes maken in het weefsel van de sluitspier (anale fissuren). En door te persen tijdens de ontlasting vergroot je tevens de kans op aambeien en verzakkingen.

Wat moet je doen om je ontlasting te laten komen en niet te persen tijdens de ontlasting?

10 Tips bij obstipatie

  1. Neem de tijd.
  2. Ga naar het toilet als je aandrang voelt. Als je de aandrang negeert verdwijnt het seintje en blijft de ontlasting langer in je darmen zitten. Er wordt dan meer vocht aan onttrokken waardoor de ontlasting alsmaar harder wordt.
  3. Ga na het eten naar het toilet. 30-45 Minuten na het eten krijg je de ‘peristaltische reflex’. Je darmen gaan dan werken om te legen. Op deze momenten komt de aandrang meestal. Ben je je aandrang helemaal kwijt door langdurige obstipatie? Ga dan op vaste momenten (na het eten) de oefening van punt 6 en 7 doen om het seintje weer terug te krijgen.
  4. Zorg dat je helemaal ontspant. Ontspanning en loslaten is dus essentieel. Let daarom goed op dat je ontspannen zit op het toilet en laat je rug rond worden. Je rug mag helemaal inzakken. Voor extra ontspanning en een ronde rug kun je eventueel een krukje onder je voeten zetten.
  5. Adem rustig. Adem bewust naar je buik en probeer je ademhaling te gebruiken om nog meer te ontspannen.
  6. Activeer je darmen. Komt je ontlasting niet, dan kun je om je darmen te activeren de volgende oefening doen. Je gaat je bekken kantelen samen met de ademhaling.
    Je kantelt je bekken naar voren (de rug wordt hol) en ademt in.
    Je kantelt naar achteren (de rug wordt bol) en ademt uit.
    Dit doe je maximaal 10x. Dan blijf je rustig zitten met een ronde en ontspannen bekken/rug.
  7. Adem nu rustig naar je buik. Als je voelt dat de ontlasting komt kun je dieper INademen (je zet dan hele lichte druk, een natuurlijke druk van het middenrif tegen de darmen), en dan extra ontspannen als je UITademt.
  8. Blijf ontspannen zitten. Als er nu nog niets komt blijf je ontspannen zitten, lees bijvoorbeeld een boekje of maak een puzzel (sudoko is mijn favoriet ?). Na een paar minuten probeer je de oefening bij punt 6 en daarna 7 nog een keer.
  9. Komt er niks? Komt er na 10 minuten nog niks, kom dan van het toilet af en ga 10 minuten intensief bewegen  (wandelen, huishouden, traplopen, dansen) en ga dan nogmaals naar het toilet en doe de oefening van punt 6 en 7.
  10. Eet gezond en voldoende vezels. Probeer naast deze tips te letten op: het eten van voldoende groente en  vezels, drink voldoende water (start de dag met een glas lauwwarm water) en beweeg voldoende.

Wat zijn jouw tips om de ontlasting gemakkelijker te laten komen? Ik ben heel benieuwd!

 

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

‘Stippeltjes plassen’ of ‘streepjes plassen’. Wie kent de term niet?

Aan het begin van de bekkenbodemtherapie (zo’n veertig jaar geleden) was dit hét advies om je bekkenbodemspieren te trainen.
Tijdens het plassen stop je steeds even je plasstraal, waardoor je stippeltjes plast…

Om je plasstraal te stoppen moet je namelijk je bekkenbodemspieren aanspannen.
Dus als het je lukt om je plasstraal te stoppen, dan kun je je bekkenbodemspieren aanspannen.
Door dit steeds te doen, zo was de gedachte, train je de bekkenbodemspieren.

Inmiddels is de kennis over de bekkenbodem flink toegenomen en weten we dat dit niet zo’n goed advies was.

Dat is misschien even schrikken, als dit de manier is waarop jij altijd je bekkenbodemspieren oefent.
Hieronder leg ik je uit waarom het nu afgeraden wordt.

3 Belangrijke redenen waarom we ‘stippeltjes plassen’ niet meer adviseren

  1. Kracht van de plasstraal. Als je kijkt naar de anatomie van de vrouw, dan heeft een vrouw – vergeleken bij de man – een korte plasbuis. Dat betekent dat er gemakkelijker bacteriën naar binnen kunnen komen.
    We weten nu dat we de kracht van de plasstraal nodig hebben om de plasbuis schoon te spoelen. Als je je plas onderbreekt door het plassen even te stoppen, wordt de kracht van de straal minder. Je plas kan dan de plasbuis minder goed schoonspoelen, en je hebt meer kans op blaasontsteking.
  2. Terugstroom van urine. Uit onderzoek blijkt ook dat, als je de urinestraal onderbreekt, er dan urine terugstroomt naar de blaas. Deze urine bevat dan de bacteriën uit de plasbuis. Ook dit vergroot de kans op een blaasontsteking.
  3. Remming van de plasreflex. Het aanspannen van de bekkenbodem tijdens het plassen remt de plasreflex, waardoor de blaas te vroeg stopt met legen. Er blijft daardoor urine achter in de blaas. Na het plassen raakt de blaas dan weer sneller vol, waardoor je weer sneller aandrang krijgt voor de volgende plas. Door het onderbreken van de plasreflex leert je blaas om niet meer goed te legen. Er blijft dus steeds urine achter. En naast meer kans op blaasontsteking, krijg je ook vaker een seintje dat je moet plassen omdat je blaas sneller vol is. Je creëert daardoor een nieuw probleem: aandrangincontinentie.

Mag je dan helemaal nooit je plas onderbreken?

Natuurlijk mag je het wel een keer proberen, om te kijken of het je lukt. En wellicht om beter te leren voelen waar nou je bekkenbodemspieren zitten.

Maar maak er dus geen gewoonte van!

Je mag uiteraard wel ná het plassen je bekkenbodemspieren aanspannen om je bekkenbodemspieren te trainen.
Het beste is om gewoon de tijd te nemen voor je plas. Laat hem gewoon komen zodat de krachtige straal alles lekker schoon spoelt.

In deze video heb ik het ook nog uitgelegd.

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

 

Met een juiste bekkenbodemspanning kun je van je nekklachten afkomen

“Jaja…” Denk je nu misschien.

Maar toch is het waar.

Gespannen nek- en schouderspieren zorgen voor een gespannen bekkenbodemspier.
En een gespannen bekkenbodemspier zorgt weer voor gespannen nek- en schouderspieren.

Hoe kan dat?

De nek/schouderspieren en de bekkenbodemspieren hebben een direct effect op elkaar.
Zit er spanning in de ene spier dan zit er ook altijd spanning in de andere spier.

Probeer het volgende maar eens.
Ga ontspannen zitten.
Trek nu je schouders een beetje op.
En voel of er wat in je bekkenbodem gebeurt (en wat gebeurt er met je ademhaling?)
Voel je dat?
Hij spant vanzelf aan! (en je ademhaling is omhoog gegaan)

En laat nu je schouders maar weer los.
Voel je dat je bekkenbodemspieren ook weer mee ontspannen? (en je ademhaling weer zakt)

Dus als jij altijd (onbewust) je schouders een beetje aanspant omdat er stress is, ben je dus ook al die tijd je bekkenbodem aan het aanspannen.
Met als gevolg een te hoge spanning in de bekkenbodem.
En wellicht daardoor wel urineverlies… (want als er teveel spanning in de bekkenbodemspier is kan hij niet op tijd reageren waardoor je urine kunt verliezen)

Andersom kan het ook

Sommige vrouwen hebben juist in de bekkenbodemspier meer spanning.
Door bijvoorbeeld pijn,  vervelende ervaringen, een verzakking, altijd maar proberen de plas op te houden, of door fanatiek sporten zoals paardrijden.

Door die hoge spanning in de bekkenbodemspieren heb je ook meer spanning in je buik en daardoor komt de ademhaling weer wat hoger te zitten.
Door de hogere ademhaling en het directe effect naar de nek- schouderspieren krijg je dus meer spanning in je nek- schouderspieren.
Het gevolg daarvan kan nek- schouderpijn zijn.

Dus wat was er eerder?
Spande jij altijd al je schouders te veel aan en is daardoor de bekkenbodem te veel gaan aanspannen?
Of spande jij altijd je bekkenbodem te veel aan en zijn daardoor je schouders te gespannen geworden?

De kip of het ei, wat was er eerder..?

 

Maar nog veel belangrijker: wat ga je eraan doen?

Uiteraard gaan we in de online bekkentherapie werken aan een juiste bekkenbodemspanning en een juiste ontspannen houding.
Maar je kunt ook naar een oefentherapeut Cesar/Mensendieck bij je in de buurt gaan. Oefentherapeuten Cesar/ Mensendieck zijn houdingsspecialist. Wij kunnen je helpen bij het krijgen van een goede houding. Daarmee haal je de overbelasting in je lichaam weg en verdwijnen fysieke klachten.

 

 

 

Waar ga je op letten? Op de spanning in je bekkenbodem, of juist op de spanning in je nek- schouderspieren?

Laat het me weten in het commentaarveld hieronder. Ik ben benieuwd naar je reactie!

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

 

Voor veel klachten geldt: het gaat vanzelf over. Het komt wel goed, geef het even de tijd.

Voor ongewild urineverlies gaat dat niet op. Urineverlies sluipt er vaak een beetje in.
Heel geleidelijk ontwikkel je een ander gedragspatroon waardoor je iets in stand houdt dat niet vanzelf over gaat…

Urineverlies verhelpen?

Ik geef je voorbeelden van het ontwikkelen van verkeerd gedrag en 6 tips om dit gedrag te veranderen en daarmee urineverlies te verhelpen.urineverlies verhelpen

Er zijn veel vrouwen die na een bevalling moeilijker hun plas kunnen ophouden.
Wat zie je dan gebeuren? Ze gaan vaker plassen. Ze ontwikkelen daardoor een ander plasgedrag, en krijgen minder vertrouwen in het eigen lichaam.

6 tips om urineverlies te verhelpen

TIP 1: Leer je bekkenbodemspieren aan te spannen en train je bekkenbodemspieren. Door een betere controle over je bekkenbodem kun je op het juiste moment je bekkenbodemspieren intrekken en je plas ophouden.

Er zijn veel vrouwen die urine verliezen bij het hoesten, niezen of lachen. Tijdens die handelingen houden ze op verschillende manieren hun plas op: met de benen, billen of buik maar meestal niet vanuit de bekkenbodem… met ongewild urineverlies tot gevolg.

TIP 2: Leer je bekkenbodemspieren aan te spannen op het juiste moment.  Dus niet verkrampen in het hele bekkengebied, maar blijf ontspannen en span vanuit de bekkenbodemspieren aan.

Er zijn veel vrouwen die, door vaker te gaan plassen, een kleinere blaas krijgen. Het gevolg is dat deze blaas zich sneller vult en daardoor krijg je sneller aandrang om te gaan plassen.

TIP 3: Probeer je plas op te houden door je bekkenbodemspieren aan te spannen (uitstellen met 2-10 minuten). De blaas kan zich beter vullen en je traint ook je bekkenbodemspieren.

Er zijn veel vrouwen die door het urineverlies niet meer durven te sporten of vrij te bewegen. Daardoor wordt je lichaam zwakker en verslap je dus ook de spieren rondom je bekken.

TIP 4: Ga bewegen! Kies een bewegingsvorm die bij je past en waar je je prettig bij voelt. Hier geef ik je verschillende voorbeelden van gezonde sporten/bewegingsvormen.

Er zijn veel vrouwen die – om verschillende redenen – het bekkengebied juist helemaal vastzetten: pijn, fanatiek sporten na je bevalling zonder een goede bekkenbodemtraining, vervelende sexuele ervaringen, stress etc.

TIP 5: Zorg voor een gezonde basisspanning in je bekkenbodem. Oefen altijd vanuit een rustige buikademhaling, leer je lichaam en je bekkenbodem te ontspannen en voel meerdere keren per dag even of je benen, buik en billen ontspannen zijn.

Er zijn veel vrouwen die hun klachten voor lief nemen. Die denken dat ‘het erbij hoort’. Maar niets is minder waar. Je kunt altijd starten met het leren aanspannen van je bekkenbodemspieren en daardoor je bekkenbodemspieren onder controle krijgen.

TIP 6: Blijf niet doorlopen met je klachten. Zoek hulp. Dat kan met behulp van mijn online bekkentraining maar ook met een bekkenoefen(/fysio)therapeut bij jou in de buurt.

Wat heb jij gedaan aan je klachten? Of wat doe jij nu om je urineverlies te verhelpen?

En ben je een collega: Welke problemen kom jij vaak tegen in de praktijk en welke tips geef jij je patiënten?

Ik ben benieuwd naar je reactie!

Hieronder staan van die mooie deelknoppen. Je kunt dan gemakkelijk dit blog delen met je vrienden op bijvoorbeeld facebook.

Succes! groet, Yildiz

Meer drinken en minder plassen: hoe zit dat precies?

Je gaat morgen een dagje weg, naar de stad, een museum of vrienden. En het eerste waar je aan denkt is niet wat je gaat aantrekken. Het is: hoe lang duurt het voor ik bij een toilet kan? Wanneer drink ik mijn laatste slokje koffie? Kan ik beter pas onderweg iets nemen, of helemaal niets tot ik weer thuis ben?

Dat patroon heb je misschien al jaren. Je drinkt expres weinig voor je weggaat. Je plant uitstapjes in je hoofd op basis van wc-locaties. En toch heb je het gevoel dat het alleen maar erger wordt: je moet vaker plassen, niet minder. Hoe minder je drinkt, hoe vaker je toch dat kleine beetje aandrang voelt opkomen.

Hier komt een inzicht wat je zal verrassen: door minder te drinken ga je juist vaker plassen. Niet minder. Mijn naam is Yildiz van der Zijden, ik ben bijna 30 jaar werkzaam als oefentherapeut Cesar waarvan de laatste 17 jaar als bekkenoefentherapeut. Ik zag in de afgelopen jaren meer dan 98.364 vrouwen die met dezelfde gedachten rondliepen als jij nu. En ik kan je zeggen: zodra ze begrepen wat hun blaas eigenlijk doet als ze te weinig drinken, viel er een kwartje. Niet alleen over drinken, maar ook over hoe vaak ze naar de wc gingen, en waarom hun blaas hen continu in de weg leek te zitten.

In dit blog leg ik je uit waarom minder drinken averechts werkt, waarom je zo vaak moet plassen, hoeveel je idealiter per dag drinkt, wat er gebeurt in je lichaam als je weer meer gaat drinken, en wat dit alles met je bekkenbodem te maken heeft. Aan het eind weet je precies wat je vanaf morgen anders kunt doen.

Waarom je door minder drinken juist vaker moet plassen

Door minder te drinken ga je vaker plassen omdat je urine geconcentreerder wordt en je blaaswand prikkelt. Het tegenovergestelde van wat je wilt dus.

Wat er in je lichaam gebeurt: in de lever maak je voortdurend ureum aan, een afbraakproduct van eiwitten. Dat ureum gaat via de nieren naar de blaas en via je urine plas je het uit. Wanneer je structureel te weinig drinkt, kan je lichaam het ureum niet voldoende afvoeren. Er blijft meer ureum achter in je blaas, en daardoor wordt de blaaswand geprikkeld. Het gevolg: je krijgt juist sneller en vaker aandrang om te plassen.

Dit patroon kan jaren voortduren zonder dat je begrijpt waar het vandaan komt. Je drinkt minder omdat je vaak moet plassen. Je gaat vaker plassen omdat je urine te geconcentreerd is. En om dat te compenseren ga je nog minder drinken. Een vicieuze cirkel die voor veel vrouwen pas doorbroken wordt zodra ze het basisprincipe achter dit patroon begrijpen.

Je wilt namelijk geen kleine, geconcentreerde plasjes. Je wilt een grote plas met een goede straal die de bacteriën uit je urinebuis wegspoelt. En dat krijg je alleen als je voldoende drinkt.

Waarom moet ik zo vaak plassen?

Vaak plassen ontstaat meestal door een combinatie van te weinig drinken, kleine plasjes doen waardoor de blaas overprikkeld raakt, en niet goed uitplassen. De blaas wordt geleidelijk kleiner en gevoeliger.

Het is een patroon wat ik vaak zie. Vrouwen die ooit zijn begonnen met “voor de zekerheid even plassen” voor ze ergens heen gingen. Daarna nog een keer. En nog een keer. Dat lijkt onschuldig, maar het zet een kettingreactie in gang. Je blaas raakt door al die kleine plasjes overprikkeld, en er past steeds minder urine in. Je blaas wordt letterlijk kleiner. En een kleinere blaas geeft sneller een seintje dat hij vol is, ook al is hij dat eigenlijk niet.

Wat ook meespeelt: niet goed uitplassen. Wanneer je gehaast plast, je plas eruit duwt of boven het toilet hangt, dan leegt je blaas zich onvoldoende. Er blijft urine achter, en daardoor krijg je al snel weer aandrang. Veel vrouwen denken dat ze door te duwen sneller klaar zijn, maar het tegendeel is waar. Door te duwen druk je je plasbuis juist dicht, waardoor de blaas zich minder makkelijk leegt.

En dan is er nog de invloed van wat je drinkt. Cafeïnehoudende dranken zoals koffie, zwarte thee en groene thee, plus alcohol en koolzuurhoudende dranken (cola, sinas, spa rood) prikkelen de blaaswand. Daardoor krijg je sneller en heftiger aandrang. Veel vrouwen denken dat hun “vaak plassen” komt door alles wat ze drinken, terwijl het vaak vooral komt door wat ze drinken: te veel koffie, te weinig water. Daar lees je meer over in mijn blog over koffie en vaker plassen.

Waarom moet ik zo vaak plassen?

Wat is een gezonde verhouding tussen drinken en plassen?

Gemiddeld plas je 6 tot 8 keer per dag, met een blaasinhoud van 350 tot 500 ml overdag en tot 700 ml in de ochtend. Plas je meer dan 8 keer per dag, of zijn je plasjes structureel kleiner dan 200 ml, dan is dat een teken dat er iets uit balans is.

Een normale blaas kan 350 tot 500 ml urine vasthouden tijdens de dag, en je ochtendplas is meestal je grootste, vaak rond de 500 ml of zelfs 700 ml als je goed hebt doorgeslapen.

Wil je weten hoe het er bij jou voor staat? Dan kun je een plasdagboek bijhouden. Daarmee meet je 24 uur lang hoeveel je drinkt, hoe laat je plast, hoeveel je per keer plast en of je urine verliest. Het is even een gedoetje, maar het geeft je in een dag tijd ongelooflijk veel inzicht. Je kunt namelijk pas iets veranderen aan je plasgedrag als je weet wat je nu eigenlijk doet. Vrouwen die hun plasdagboek bijhouden, zijn vaak verbaasd over wat ze ontdekken: ze plassen veel kleinere hoeveelheden dan ze dachten, of veel vaker, of juist heel weinig.

Belangrijk om te weten: tussen drinken en plassen zit een ritme. Hoe snel je naar het toilet moet na een glas water hangt af van hoeveel je drinkt, wat je drinkt en hoe je blaas op dat moment functioneert. Algemeen geldt dat je binnen 30 minuten tot 2 uur na het drinken iets zult merken. Reageert jouw blaas binnen tien minuten? Dan is dat een teken dat je blaas overgevoelig of overprikkeld is.

Hoeveel moet je per dag drinken?

Je hebt per dag 1,5 tot 2 liter vocht nodig, naast wat je via voedsel binnenkrijgt. Het Voedingscentrum adviseert minimaal 1,5 liter, andere bronnen 1,5 tot 2 liter. Bij warmte of inspanning heb je meer nodig.

Wat ik vaak hoor in mijn praktijk: “ik drink al heel veel hoor”. En als ik dan doorvraag, blijkt dat het vooral koffie of zwarte thee is, soms een paar slokjes water tussendoor. Dat is geen 1,5 liter water. Cafeïnehoudende dranken tellen niet mee als hydratatie, want die werken juist vochtafdrijvend. Je nieren scheiden meer uit dan je via koffie binnenkrijgt.

Een betrouwbare check is de kleur van je urine. Donkere urine betekent dat je te weinig hebt gedronken. Een lichtgele tot bijna heldere kleur is een teken dat je goed gehydrateerd bent. Wacht trouwens niet tot je dorst krijgt: je lichaam geeft pas een dorstsignaal als er al een tekort is.

Voldoende drinken doet trouwens nog meer dan je blaas rustig houden. Het helpt ook nierstenen te voorkomen, omdat je urine minder geconcentreerd is en mineralen daardoor minder snel kristalliseren. Een mooie aanvulling voor wie nog twijfelt of die extra liter water echt de moeite waard is.

En denk niet: dan drink ik morgenochtend ineens 2 liter en dan ben ik er. Dat werkt averechts. Je lichaam kan dat vocht niet efficiënt verwerken en stoot het direct weer uit. Bouw het op. Een half glas water erbij in de ochtend, een halve bij de lunch, een halve na het werk, en zo bouw je rustig op naar 1,5 a 2 liter.

Wat gebeurt er als je weer meer gaat drinken?

In de eerste dagen merk je vaak dat er niets verandert: je blaas vult zich beter, maar je plasfrequentie blijft gelijk.

Dit is het moment waarop veel vrouwen denken: zie je wel, het werkt niet. En toch gebeurt er iets wat van belang is. Je blaas vult zich beter dan voorheen. Het ureum wordt weer goed afgevoerd, je blaaswand raakt minder geprikkeld. Maar omdat je blaas in de afgelopen jaren wat kleiner is geworden, kan hij die grotere hoeveelheid urine nog niet meteen aan, dat heeft tijd nodig. En daarom moet je opletten dat je langzaam de grotere hoeveelheid vochtinname opbouwt zodat je blaas de tijd krijgt om meer vulling aan te kunnen. Je moet het meer drinken dus langzaam opbouwen.

Als je doorzet, ga je geleidelijk grotere plassen doen in plaats van vaker plassen. En precies dat is wat je wilt: een goede, krachtige straal die de bacteriën uit je urinebuis wegspoelt. Dat is ook waarom voldoende drinken je beschermt tegen blaasontstekingen.

Een verrassend bijeffect wat ik vaak terug hoor: vrouwen die overdag rustig opbouwen naar 1,5 a 2 liter, slapen ineens hele nachten door. Geen 02:00-routine meer naar de wc. Dat klinkt tegenstrijdig (meer drinken zou toch tot meer plassen leiden?), maar het werkt zo: omdat je blaas overdag niet meer overprikkeld is, geeft hij ’s nachts ook niet meer voortdurend een vol-signaal. Je lichaam vindt zijn eigen ritme terug.

Een extra tip: wanneer je merkt dat je blaas snel weer aandrang geeft, stel het plassen dan even uit. Begin met twee minuten en bouw rustig op naar vijf, daarna langer. Daarmee train je je blaas weer om meer aan te kunnen, een proces dat we in mijn praktijk blaastraining noemen.

5 tips voor een gezond drink- en plasgedrag

5 tips voor een gezond drink- en plasgedrag

Wat in mijn praktijk consistent het verschil maakt, zijn deze vijf concrete uitgangspunten.

  1. Drink 1,5 tot 2 liter water per dag
    Naast je voedsel. Bij warmte of fysieke activiteit drink je meer. Cafeïne en alcohol tellen niet mee omdat ze vochtafdrijvend zijn.
  2. Bouw rustig op
    Ga je van te weinig drinken naar veel drinken in een keer, dan kan je lichaam het vocht niet efficiënt verwerken. Het stoot het uit en je gaat heel veel plassen. Voeg er per dag een glas bij tot je op je doel zit.
  3. Verdeel het over de dag
    Drink in een keer een halve liter en je blaas wordt overspoeld. Spreid je vochtinname uit van ontbijt tot ongeveer twee uur voor het slapen.
  4. Drink voor je dorst krijgt
    Dorst is een laat signaal: er is dan al een tekort. Maak van drinken een gewoonte, niet een reactie.
  5. Check de kleur van je urine
    Lichtgeel of vrijwel doorzichtig betekent dat je goed bezig bent. Donkergeel betekent dat je meer water nodig hebt.

Wat heeft je bekkenbodem hiermee te maken?

Een te gespannen bekkenbodem houdt je blaas op spanning, waardoor hij sneller een vol-signaal afgeeft, ook al is hij dat niet echt. Veel vrouwen die vaak moeten plassen hebben onbewust een overactieve bekkenbodem, zonder het zelf in de gaten te hebben.

Hoe meer spanning er op je bekkenbodemspieren staat, hoe meer de blaas geprikkeld raakt en aandrang geeft. En andersom werkt het ook: als je de hele dag je plas probeert op te houden of te weinig drinkt, ga je je bekkenbodem onbewust aanspannen, wat de spanning verder opvoert.

Daarom heeft een holistische aanpak meer effect dan alleen anders gaan drinken: je leert ook ontspannen, ademen, je houding verbeteren en de smokkelspieren (buik, billen, benen die het werk van de bekkenbodem proberen over te nemen) los te laten. Dat is precies wat ik in mijn online therapieprogramma stap voor stap aanbiedt.

Veelgestelde vragen – FAQ

Hieronder vind je een aantal van de veelgestelde vragen die ik binnenkrijg.

Waarom plas ik weinig terwijl ik veel drink?
Dat kan verschillende oorzaken hebben. Soms zit het in moeizaam plassen door een gespannen bekkenbodem: je blaas vult zich, maar je krijgt hem niet goed leeg omdat je bekkenbodem niet voldoende loslaat. Een andere mogelijkheid is dat je veel transpireert door warmte of inspanning, waardoor er minder vocht via de blaas hoeft. Plas je structureel veel minder dan je drinkt, of slechts 3 tot 4 keer per dag, dan is dat een teken om actie te ondernemen. Lees daarover meer in mijn blog te weinig gaan plassen.
Waarom moet ik zo vaak plassen, ook als ik weinig heb gedronken?
Dat komt meestal door overprikkeling van de blaas. Door jarenlang kleine plasjes te doen of vaak gehaast te plassen, raakt je blaas gevoelig en geeft hij ook bij weinig vocht al snel een seintje. De combinatie van te weinig drinken (geconcentreerde urine die de blaaswand prikkelt) en een overprikkelde blaas versterkt elkaar.
Hoe lang duurt het voor je moet plassen na het drinken?
Bij een gezonde blaas merk je 30 minuten tot 2 uur na het drinken iets. Reageert jouw blaas binnen tien minuten op een glas water? Dan is dat een teken dat je blaas overgevoelig is. Dat is goed te trainen door blaastraining: het uitstellen van je plas met telkens twee tot vijf minuten extra.
Helpt het om voor het slapen niet meer te drinken?
Ja, met mate. Drink je laatste slokken ongeveer twee uur voor je naar bed gaat, dan heeft je lichaam de tijd om het vocht te verwerken. Sommige mensen hebben meer tijd nodig ‘s avonds en drinken tot drie uur voor het slapen gaan niet meer. Dit is ook uitproberen hoe het voor jou werkt. Maar drink overdag wel voldoende, anders compenseert je lichaam het in de avond met dorst en zwaardere blaasvulling. Een uitzondering: als je zwaar transpireert, geef je lichaam dan voor het slapen wel een extra slokje water mee.
Kan meer drinken overdag helpen tegen ’s nachts plassen?
Ja, in mijn praktijk zie ik dat regelmatig. Het klinkt tegenstrijdig, maar als je overdag te weinig drinkt raakt je blaas overprikkeld, en die overprikkeling neemt hij mee de nacht in. Door overdag rustig op te bouwen naar 1,5 a 2 liter en je blaas vooral overdag goed te vullen, geeft hij ’s nachts minder snel een vol-signaal. Veel vrouwen merken dat ze daardoor weer een hele nacht doorslapen in plaats van slaapdronken naar het toilet te moeten.
Wat doet koffie precies met mijn blaas?
Koffie bevat cafeïne, en cafeïne werkt vochtafdrijvend. Daarnaast prikkelen stoffen in de koffieboon de blaaswand zelf, ongeacht de cafeïne. Daardoor moet je sneller plassen, ook al heb je weinig water gedronken. Wil je toch je kopje koffie? Drink er een glas water bij, en zorg dat het niet je voornaamste drank van de dag is. Lees daarover meer in moet je van koffie vaker plassen.
Mag ik gerust thee drinken?
Kruidenthee zonder cafeïne is prima en telt mee als hydratatie. Zwarte thee en groene thee bevatten cafeïne en werken net als koffie vochtafdrijvend en blaasprikkelend. Maar ook hier geldt weer dat de ene persoon gevoeliger reageert op zwarte thee dan de andere persoon. Probeer het uit. Neem een aantal dagen alleen kruidenthee, en dan eens een keer zwarte/groene thee en ervaar hoe je blaas daar op reageert.
Helpt meer drinken ook tegen blaasontstekingen?
Ja, indirect. Als je voldoende drinkt plas je grotere plassen met een krachtigere straal, die de bacteriën uit je urinebuis wegspoelen. Bij te weinig drinken is je urine geconcentreerd en blijft er sneller urine achter in de blaas, wat een voedingsbodem is voor bacteriën.
Hoe lang duurt het om mijn blaas weer normaal te krijgen?
Dat hangt af van hoe lang het patroon al loopt. In mijn praktijk zie ik dat vrouwen vaak binnen enkele dagen tot vier weken al merken dat ze grotere plassen doen en minder vaak hoeven. Volledig herstel van een gevoelige of verkleinde blaas met blaastraining duurt vaak twee tot drie maanden, soms langer. Geduld en consistentie zijn de sleutel.

Conclusie

Het idee dat minder drinken zou helpen tegen vaak plassen klopt niet, hoe logisch het ook lijkt. Je blaas wordt juist geprikkelder van geconcentreerde urine, en je bouwt onbewust een patroon op van kleine plasjes en een overprikkelde blaas. De oplossing is precies het tegenovergestelde: rustig opbouwen naar 1,5 tot 2 liter water per dag, het verdelen over de dag, niet elk klein aandrang meteen volgen, en goed uitplassen als je naar de wc gaat.

Wat ik de afgelopen tientallen jaar als bekkenoefentherapeut keer op keer terug zie: het zijn niet alleen de gewoontes rond drinken die het verschil maken, maar het totaalplaatje. Hoe je ademt, hoe je zit op het toilet, hoe gespannen je bekkenbodem onbewust is, hoe je leert om de aandrang vanuit je brein niet meteen op te volgen. Dat is wat ik bedoel met holistisch werken.

Wil je weten hoe je dit zelf gestructureerd aanpakt? Start dan met mijn gratis bekkenbodemtherapie. In vier video’s neem ik je mee in de basis: hoe je bekkenbodem werkt, hoe je leert ontspannen, wat een gezonde plashouding is en hoe je grip krijgt op aandrang. Meer dan 98.364 vrouwen gingen je voor.

Ja, ik wil de gratis bekkenbodemtherapie →